Oefeningen om je lichaamsbewustzijn te vergroten

Lichaamsbewustzijn, oefeningen om je  lichaamsbewustzijn te vergroten en daardoor echt tegenwoordig te zijn.

Ons lichaamsbewustzijn is de ingang naar het vergroten van ons bewustzijn. Daarom volgen hier oefeningen in lichaamsbewustzijn .

Ons bewustzijn is als een zoeklicht dat zich afzonderlijk op drie gebieden kan richten: op wat er in ons hoofd gebeurt aan gedachten (1), op wat zich buiten ons afspeelt en zintuiglijk waargenomen wordt (2), en op wat in ons lichaam wordt ervaren (3).
Experimenteer en oefen eens met dit zoeklicht, richt het achtereenvolgens op een afzonderlijk gebied. Eerst op wat je denkt: wat gaat er in mijn hoofd lichaamsbewustzijn, oefeningenom aan gedachten?.

Richt je na een tijdje op het 2e gebied: wat zie ik en hoor ik om mij heen?.

Daarna op het 3e gebied: wat neem ik waar in mijn lichaam?. Ons bewustzijn werkt als een soort zoeklicht, dat zich slechts telkens steeds op één van deze gebieden kan richten; het is niet in staat zich op twee of drie gebieden tegelijk te richten. Laat het bewustzijn nu vrij en stel telkens voor jezelf vast op welk gebied je je nu richt. Ga vervolgens na welk van deze drie gebieden het minste aandacht krijgt. Richt het zoeklicht van je bewustzijn vervolgens gedurende achtereenvolgens enkele minuten op juist dat gebied. (Stevens, 1973).

De volgende oefeningen zijn specifiek voor hulpverleners, maar ieder kan er het zijne mee doen.

Observeer het lichaam van een andere therapeut die aan het werk is
Bekijk een videofragment van een therapeutische sessie en stel jezelf de volgende vragen:
– Hoe heeft deze therapeut zijn cliënt verwelkomd?
– Wat valt je op aan de lichaamshouding van de therapeut in de allereerste minuut?
– Hoe verandert de manier waarop hij zit en zijn houding, welke expressies of acties vallen je op?
– Kun je iets zeggen over de werkrelatie tussen deze therapeut en zijn cliënt vanuit wat je ziet?
– In welke mate gebruikt deze therapeut volgens jou zijn zintuigen?

3e oefening:

je eigen lichaamsbewustzijn

tijdens een therapeutische sessie.
– Begin eens met het aannemen van de lichaamshouding van de therapeut uit de vorige oefening. Hoe voelt dat voor jou?
– Heb jij zelf een karakteristieke houding waarin je meestal zit? Zo ja, neem die houding eens aan.
– Hoe ontvang jij je cliënt?
– Heb jij een aanvangsritueel, neem je doorgaans zelf de tijd om zelf op je gemak te gaan zitten?
Neem je er tijd voor om na te gaan of je bij zelf bent, in je centrum bent, in je lijf ?
– Door welk type cliënt of gebeurtenis in een therapie raak je tijdens je therapie wel eens uit je centrum. Hoe kun je dat aan je lichaamshouding merken? (Je kunt bijvoorbeeld een moeilijke cliënt in gedachten nemen en opletten wat er dan met je lichaam gebeurt. Wat moet je er voor doen om hierna weer meer in je centrum terug te keren komen?).

4e oefening: de lichaamshouding van de cliënt.

Ga eens een paar minuten net zo zitten en met dezelfde motoriek als de cliënt die je op de band zag (en gebruik eventueel dezelfde motoriek)..
– Wat voor (lichaams)gevoel roept deze houding bij je op?
– Voelt deze cliënt zich volgens jou op haar of zijn gemak? Is hij bij zichzelf?.
– Komen er vermoedens in je op over zijn probleem? (Wordt er bijvoorbeeld een vroeger niet vervulde basisbehoefte zichtbaar?).

5e oefening: spiegelen (mirroring) en gevoelsafstemming (affect attunement) en empathie

Tot slot twee oefeningen die je gevoelig maken voor preverbale ‘empathie’ tussen ouder en kind. Bij deze oefeningen ligt het accent op de dynamiek en het energieniveau van de woorden. Stevens (1973) doet de volgende twee suggesties:
a. Speel eens ‘ een brabbeltaal’-dialoog met en andere therapeut, waarbij deze vanuit een andere modaliteit reageert op de vitale affecten: op intensiteit, aanzwelling, pauzes en de nadruk die de ander op een woord legt. Reageer zoveel mogelijk vanuit een andere modaliteit.
b. Doe met z’n tweeën een ‘spiegeloefeningen’ in gelaatsmimiek tussen een moeder/vader en een baby (A respectievelijk B). Laat speler A speler B volgen, die ligt als in een wieg waar speler A van bovenaf inkijkt. Of laat de baby (B) zitten of kruipen en laat speler A meeleven met de bewegingen. Voor dit meeleven zijn er verschillende uitingsmogelijkheden. Probeer daarom andere modaliteiten uit. op het niveau moeder-baby.

In oefeningen deel 2 gaat het over het oefenen met het bewustzijn zelf. Dus niet meer over hoe ik mijn bewustzijn en mijn waarneming kan vergroten, maar over het ervaren van het bewustzijn zèlf. Meer

Luister ook naar de schitterende korte audio  van Kabatt-Zinn de ‘uitvinder’ van mindfulness hier

Print Friendly